 |
Column
Heeft de enduro
(zo) nog toekomst in Nederland?
Ik kan me nog heel goed mijn eerste betrouwbaarheidsrit
herinneren. De Oost-Gelderland rit in 1963, lengte ongeveer 180 km
één ronde.
Hengelo Gld., Vorden, Lochem, Harfsen. De wedstrijd werd op de
openbare weg beslist zonder proeven. Als je de gemiddelde snelheid
van 45 km p/uur maar haalde dan kreeg je geen strafpunten. Nul
strafpunten was een gouden plak.
Mijn vraag is: kan dit een dikke
40 jaar na dato nog in dit dicht bevolkte Nederland? We hebben
maximum snelheden van 50 km p/uur in de bebouwde kom en 60 km
p/uur op vele wegen buiten de bebouwde kom. |
| foto: H. Vugteveen |
We zitten met
verkeersregelaars die door de politie elk jaar moeten worden opgeleid.
Door de gemeentelijke herindeling zijn de mogelijkheden vergroot om een
langere route uit te zetten. Maar wat heb je daaraan als je in een
wedstrijd met een snelle motor wordt beperkt door maximum snelheden en
over de spoorweg overgangen maar te zwijgen.
Zou het niet wat zijn
om de proeven wat langer te maken, eventueel 2 ronden en de rest van de
route te neutraliseren net zoals bij trial wedstrijden. Dan zou men
bijvoorbeeld van Harfsen ook richting cross circuit Lochem kunnen gaan.
Als men geen gebruik meer maakt van akkers, zou men ook zomers een
enduro nieuwe stijl kunnen houden.
Het is zomaar een
voorzetje, en als u wilt reageren dan zie ik dat gaarne op de Hamac
site.
De
proefpersoon
|